Rotstekeningen, mongolen
en schutterijen

De pijl en boog zijn in bijna alle culturen bekend. Al in het stenentijdperk werd de handboog gebruikt, zoals blijkt uit rotstekeningen in grotten zowel in Europa als in Afrika. De boog werd aanvankelijk gebruikt om mee te jagen. Het was effectiever dan knuppel of speer, en veiliger omdat je verder van je prooi kon blijven. De oudste gevonden handboog dateert uit 8.000 v. Chr. Het is echter heel waarschijnlijk dat men al veel vroeger (100.000 v. Chr.) verschillende soorten bogen maakte: uit een stuk hout of uit meerdere lagen hout, van walvisbeen, bamboe of hoorn, lang, kort, met of zonder versterking in het midden. De oudste in Nederland gevonden boog dateert van 4900 v. Chr. Deze is genoemd naar de vindplaats Hardinxveld-Giessendam, en was gemaakt van iep.

Jagers

De pijl en boog wordt nog steeds gebruikt voor de jacht door geïsoleerd levende jagers/verzamelaars als de pygmeeën, de San (Bosjesmannen) in de Kalahariwoestijn in Zuidelijk Afrika, sommige stammen in het Amazone gebied, en de binnenlanden van Nieuw Guinee. Alleen in Australië kwam de handboog niet voor. De Aboriginals hadden echter de boemerang, ook een wapen dat over grote afstand gebruikt kon worden.

Wapens

De boog als oorlogswapen is ook al heel oud. In Spanje zijn ca 10.000 jaar oude rotstekeningen gevonden waarop mensen met pijlen op elkaar schieten. De Hettieten (2de decennium v. Chr.) perfectioneerden al het boogschieten vanaf strijdwagens tot een effectieve manier van oorlogvoeren. De boogschutter werd zó belangrijk gevonden voor de strijd dat hij op de strijdwagen een soldaat mee kreeg met schild om hem te beschermen. Ook de Assyriers, Chinezen en Egyptenaren hadden veel succes met deze strijdmethode.

Mongolen

Vanwege andere opvattingen over strijdtactiek (een voorkeur voor infanterie met speer en schild) was de handboog onder de Grieken en Romeinen van minder groot beland. Met de Hunnen maakte de handboog, geschoten vanaf paard, een verwoestende comeback. Acht eeuwen later deden de Mongolen dit, op dezelfde manier met bogen en te paard, nog eens dunnetjes over. Zij trainden zich in het afschieten van pijlen op het ogenblik dat hun paarden de grond niet raakten. Op die manier was de trefzekerheid groter. De handboog die de Mongolen gebruikten had een grotere reikwijdte dan andere bogen uit deze tijd (12e en 13e eeuw). Behalve deze korte boog, hadden ze ook een langere boog om vanaf de grond mee te schieten, met een reikwijdte die pas in 1860 door een handvuurwapen zou worden overtroffen.

Schutterij

Met de opkomst van steden in de middeleeuwen deden ook de schutterijen hun intrede, burgers georganiseerd in groepen om de stad tegen vijandige aanvallen te helpen verdedigen.
Vooral bij de Engelsen was de handboog, en dan vooral de lange “long bow”, bij het oorlogvoeren van grote invloed. Boogschutters, gerekruteerd uit de rangen van vrije boeren, begonnen al vroeg met oefenen, vooral ook om de spieren van het bovenlichaam te trainen. Dat was noodzakelijk wilde je de krachtige boog kunnen spannen en de hoge frequentie van schieten volhouden die de long bow haar afschrikwekkende reputatie gaf. Soms verbood een koning het golven of voetballen zodat schutters niet van het trainen werden afgeleid. Tot in de 16de eeuw nog waren er regels die alle mannen boven 7 jaar verplichten het boogschieten te beoefenen en minstens één handboog met pijlen in huis te hebben)

Goden en myten,
van schutterij naar sociëteit

Omdat de pijl en boog zo belangrijk was, is het begrijpelijk dat deze ook in de godsdienst is doorgedrongen. De Assyrische godin Ištar, van vruchtbaarheid en seksualiteit, had tevens de kracht landbouwgrond te vernietigen en dieren onvruchtbaar te maken. Voor het begin van een veldslag werd zij als godin van de oorlog aangeroepen. Dan verscheen zij in al haar glorie voor het Assyrische leger, gehuld in krijgstenue en gewapend met pijl en boog. Mogelijk was zij de voorloper van de Griekse godin Athene die meestal net zo afgebeeld werd. De Griekse god Eros, dezelfde als de Romeinse god Cupido, kon mensen verliefd laten worden door hen met een van zijn pijlen te raken. Cupido speelt nog steeds een rol in het westen, vooral rond Valentijnsdag. De boeddhistische heilige Drukpa Kunley, de heilige gek, schoot met pijlen om de vruchtbaarheid van vrouwen te bewerkstelligen. De Hindoegod Arjoena, drager van de goddelijke boog Gandiva, stond voor waarheid, dienstbaar leiderschap en kracht. Als schutter was hij ongeëvenaard. Een van de twaalf sterrenbeelden, tevens een van de astrologische tekens, is die van Boogschutter. Binnen het Zen Boeddhisme is er de Kyudo, ‘de weg van de boog’, een vorm van staande meditatie, die in Japan sinds mensenheugenis door de samoerai als hoogste vorm van krijgskunst werd beoefend.

Sint Sebastiaan

Dichter bij huis hebben we St. Sebastiaan, patroonheilige van onder andere (boog-) schutters, soldaten en jagers. Hij was soldaat in het Romeinse leger (3de eeuw na Chr.). Als christen kwam hij op voor zijn vervolgde geloofsgenoten, waardoor hij in ongenade viel bij de keizer. Hij werd gearresteerd en met pijlen doorzeefd. Dat hij het overleefde wordt door gelovigen als een wonder gezien. Even later werd hij alsnog in het circus van Rome doodgeknuppeld. Veel handboogschutterijen en verenigingen dragen nog steeds zijn naam.

Vurwapen

Met de opkomst van het geweer verdween de handboog als wapen voor de jacht of de strijd geleidelijk naar de achtergrond. Als vrijetijdsbesteding bleef het wel bestaan.
Het was altijd al ook een sport geweest, als afgeleide van het oefenen voor de jacht of strijd. In het oude Griekenland was het een vast onderdeel op de talrijke spelen die regelmatig gehouden werden, evenals tijdens ridderspelen in de middeleeuwen.

Van Schutterij naar Sociëteit naar Recreatie sport

Na een periode van verval in de Napoleontische periode (de bescherming van steden en dorpen werd overgenomen door een nieuw ingesteld veiligheidsapparaat) herleefde het handboogschieten via de sociëteiten van de elite. Behalve praten en lezen, kon men er biljarten, kaarten, kegelen, schaken én handboogschieten. Zeer veel sociëteiten hadden hun thuis in koffiehuizen, kroegen en cafés. Er werd vanuit het café naar een doel buiten geschoten.
Het begin van handboogschieten als recreatieve sport.

Handboogschieten
wordt handboogsport

Koninklijke Bemoeienis

In 1849 nodigt de pas gekroonde koning Willem III, zelf een fervent handboogschutter, de belangrijkste en voornaamste handboogschutterijen uit voor een tweedaagse wedstrijd op de Koninklijke domeinen van Paleis Het Loo. Hij wilde zo de schutterijen aan hem verplichten, om zijn politieke positie te versterken. Hij liet een wedstrijdreglement opstellen, waarin naast kleding en contributie, ook straffen en bepalingen werden opgenomen over, onder andere, de volgorde van schieten, de afstand tot het doel, het aantal pijlen, de punten, het te gebruiken materiaal, en regels voor de geldigheid van een schot. Na deze eerste landelijke schieterij volgde in 1851 een tweede. Maar de koning vond het te duur worden. De verenigingen moesten het zelf maar doen. Hij stelde wel per vereniging een zilveren medaille beschikbaar die de verenigingen onder hun eigen leden konden verschieten. De winnende schutter kreeg de titel ‘koning’, en de medaille. Deze bemoeienissen van de koning stimuleerden de verbreiding en modernisering van de sport. Er kwamen steeds meer handboogverenigingen bij, ook in het noorden van het land. Tevens ontstond er meer behoefte aan regionale en landelijke samenwerking en organisatie.

Gezelligheid of Wedstrijdsport?

Terwijl geleidelijk aan de barrières tussen de elite en de ‘gewone man’ minder werden, nam het spanningsveld tussen hen voor wie traditie en gezelligheid voorop stonden, en hen die een strakker gereglementeerde wedstrijdsport wilden, wel toe. De laatste groep wilde moderniseren en tegen andere verenigingen schieten, ook internationaal. Daarvoor was organisatie en samenwerking nodig, gestandaardiseerde regels en materiaal.

De Belgische Methode

Op de Olympische Spelen van 1900, 1904, 1908 en 1920 was de handboogsport vertegenwoordigd. Vrouwen mochten alleen in 1904 en 1908 mee doen. Tijdens de Spelen van 1920, in Antwerpen, won de Nederlandse ploeg, bestaande uit zeven Brabanders en een Limburger, een gouden medaille op het onderdeel 28 meter vast doel (een schijf met cirkels waarbij een schot in de middelste cirkel de meeste punten oplevert). Boogschieten was (en is) bij de Belgen zeer populair. Daarom waren er liefst tien onderdelen op het programma, gedeeltelijk volgens de Belgische methode: schieten op houten ‘vogels’ die op dwarsbalken op een 31 meter hoge paal bevestigd waren (zie verderop: wipschieten). Bijna geen land had daar trek in. Alleen Frankrijk en Nederland wilden met de Belgen wedijveren. Dit geeft wel aan hoe noodzakelijk meer regulering was.

De Internationale Handboog Federatie

In 1931 wordt de FITA (Internationale Handboog Federatie) in Polen door zeven landen opgericht, onder andere met de bedoeling de handboogsport weer tot de Olympische Spelen toegelaten te krijgen. Dat zou alleen kunnen als er een universele vorm van schieten kwam. Nederland was daar nog niet bij betrokken. Wel was in 1922 in Eindhoven de eerste nationale handboogbond, de Algemene Nederlandsche Bond van Handboogschutterijen (ANBvH) opgericht, onder andere als gevolg van het succes op de Olympische Spelen van 1920 in België. Men wilde vooral meer eenheid brengen in de sport, mede met het oog op het hoog houden van de Nederlandse eer op toekomstige Olympische Spelen. Daarom ook werd er een competitie opgezet, zoals die bij het voetballen bestond. De wildgroei aan concoursen, die door de verenigingen zelf werden georganiseerd met eigen regels en naar eigen goeddunken, moest worden ingedamd.

Olympische Spelen,
optochten en koningsschieten

Maar dan komt er oorlog. De Duitsers dwingen alle bonden tot een fusie, onder de naam Nederlandse Bond van Handboogschutterijen (NBvH). Het schieten kon doorgaan. Alleen de traditionele interland tegen België niet. Dat gebeurde pas weer in 1947. Ook na de oorlog bleek het moeilijk eenheid in de regels te krijgen. Nog in 1956 was er bij de interland België – Nederland zoveel onenigheid over het doel waarop geschoten diende te worden dat besloten werd dat in Nederland de deelnemers op het oude, Nederlandse, blazoen schoten, en in België op de nieuwe blazoenen, met tien cirkels.

Olympische Spelen

Direct na de oorlog krijgt de NBvH een nieuw bestuur. Een aantal verenigingen in Brabant, die een (hun) eigen identiteit ook bij de sportbeoefening belangrijk vinden, richten de overkoepelende rooms-katholieke vereniging Sint Sebastiaan weer op. Maar als Sint Sebastiaan in 1963 ter ziele gaat melden deze verenigingen zich toch weer bij de NBvH. Eind 1959 ontstaat er een conflict tussen de NBvH en een aantal Limburgse verenigingen, over een schutter die tevens lid was van een andere bond, die van de lange afstandsschutters. De zaak escaleert en de Limburgse verenigingen stappen uit de NBvH en blazen het oude ‘Gezellig Samenzijn’ weer nieuw leven in. Tegen het einde van de 1960’er jaren stappen een aantal verenigingen uit ‘Gezellig Samenzijn’ om zich weer bij de NBvH aan te sluiten. Ook hier is het vooral het spanningsveld tussen traditie en gezelligheid enerzijds en wedstrijdsport anderzijds, die aan deze stap ten grondslag ligt. In 1973 wordt de naam van de NBvH gewijzigd in Nederlandse Handboogbond ( N.H.B. ). Deze landelijke bond gaat zich voornamelijk op de internationale disciplines van de sport richten. Zij sluit zich aan bij het Nederlands Olympisch Comité (NOC-NSF).

Toch blijven de oude vormen van schieten nog lang bestaan. Langzamerhand, als de welvaart in Nederland toeneemt, verschuift het handboogschieten van achter het café, waar op twee banen tegelijk geschoten werd, heen en terug, met één pijl, op 25 meter, naar een clubgebouw, waar nog slechts, om veiligheidsredenen, één kant op wordt geschoten. In 1972 wordt de handboogsport weer tot de Olympische Spelen toegelaten. Internationaal is de sport inmiddels veel professioneler geworden. Er is eenduidigheid gekomen in de regels, en er wordt op de Spelen alleen met de recurveboog geschoten. Nederland wist zich niet te kwalificeren. Maar de Olympische Spelen geven de moderniseerders wel een stimulans: al duurt het nog lang voordat de internationale norm voor schieten met drie of zes pijlen, buiten op 30, 50, 70 en 90 meter, en binnen op 18 meter, algemeen ingang vindt.

Optochten en Koningschieten

Ook bij de N.H.B aangesloten verenigingen, echter, blijven tradities een belangrijke rol spelen. Elke vereniging kent wel het feestschieten, waarbij de prijs die men kan winnen tevens de naam van het evenement is. Bij palingschieten kan je dus een kilo paling winnen, bij koekschieten een koek. Ook heeft iedere vereniging eens per jaar het Koningschieten, een ‘25 meter één pijl’ wedstrijd, waarbij de winnaar de eretitel ‘Koning’ krijgt. Na drie keer achtereen Koning geworden te zijn kan je ‘Keizer’ worden, mits je in een duel van de heersende Keizer, als er op dat moment een is, wint. Bij sommige verenigingen, zoals Concordia in Amsterdam, mogen schutters die 90% van de score van de Koning halen, zich ‘Ridder’ noemen. Veel verenigingen hebben nog een blazoen dat vaak doet denken aan de tijd van de gildes. En bij speciale concoursen worden er nog optochten gehouden, met fanfare, vaandels en een standaarddrager met het blazoen voorop.

Ruzies over verschillende
disciplines

Hi-Tech

Oorzaak van veel conflicten bij alle vormen van de handboogsport was (en is) de technologische ontwikkeling van de boog, vooral de introductie van de hi-tech compoundboog. Gemaakt van moderne kunststofmaterialen heeft deze boog aan beide uiteinden een katrolinrichting waardoor er bij uitgetrokken pees minder kracht vereist is en men langer en rustiger kan mikken. De compoundboog is veel sneller en nauwkeuriger dan andere handbogen. De klacht die dan ook snel gehoord wordt, is die van wedstrijdvervalsing. Het schieten met de hi-tech boog is zoveel makkelijker dat er, volgens velen, geen lol meer aan is. Het zou vooral ook een aantasting van tradities zijn. Begrijpelijk dat het doelschieten met de compoundboog een aparte discipline is. Er zijn echter nogal wat vormen van handboogsport waar meerdere soorten bogen gebruikt kunnen worden.

Bhutan

Twee voorbeelden: In Bhutan, een boeddhistisch koninkrijkje in het Himalayagebergte, is een speciale vorm van traditioneel boogschieten de nationale sport. Met pijlen en bogen van bamboe proberen twee ploegen van elk elf schutters een klein doel op 140 meter te raken. Daarbij horen allerlei traditionele gewoonten als het springen en dansen voor het doel omde tegenstander af te leiden en het inzetten van groepjes dansende jongedames die met schunnige liedjes de tegenstander proberen voor schut te zetten en uit zijn concentratie te halen. Wedstrijden, vroeger meestal tussen dorpen, duurden vaak dagen. Het was een tijd van eten, drinken, lol maken, het aanhalen van sociale banden. Het winnende dorp was het komende jaar verzekerd van goed geluk, goede oogsten en goede gezondheid. Het verliezende dorp kon het wel schudden. Met zoveel op het spel maakten de verschillende ploegen ook wel gebruik van zwarte magie om de tegenstander te treffen. Met de introductie van de hi-tech compoundboog veranderde dit alles drastisch. Het werd veel te gevaarlijk om nog voor het doel te springen en dansen. Vaak was een wedstrijd, door de veel grotere nauwkeurigheid, al in een halve dag beslist. Alleen de welgestelden kunnen zich een dergelijke boog veroorloven. Kortom, jaren lang is er heftig gediscussieerd of de compoundboog zelfs het land wel in mocht. Nu zijn er aparte competities voor compound- en voor bamboeboog, en probeert men zo goed en zo kwaad als het gaat de oude gewoonten nog enigszins in ere te houden.

Wipschieten

Het zelfde probleem deed zich voor bij het wipschieten. Een wip is een ijzeren frame met pinnen, waarop blokjes of klosjes worden gezet. Aan deze blokjes zit een pluim, vandaar dat het ‘vogels’ genoemd worden. Bedoeling is de ‘vogels’ van de wip te schieten. De pijlen hebben daartoe een platte voorkant. In de zomer wordt een frame met ‘vogels’ buiten op een 27 meter hoge paal geplaatst. In de winter wordt dit frame binnen neergelegd, en schiet men op een afstand van 16 meter. Sommige ‘vogels’ zijn meer punten waard dan andere. Het wipschieten, in de middeleeuwen ontstaan, is nog steeds populair in Zeeland, België en Noord Frankrijk. Vooral de Fransen hebben zich heftig verzet tegen het gebruik van de compoundboog. Ook hier vond men het wedstrijdvervalsing, en, vooral, een aantasting van de tradities. In Nederland en België schiet men door elkaar, sommigen met traditionele of recurvebogen, en anderen met de compoundboog. De Fransen weigerden de compoundboog te gebruiken, en boycotten dan ook de internationale wedstrijden. Uiteindelijk heeft de Franse bond individuele schutters wel toegestaan aan internationale wedstrijden deel te nemen. Maar dan schieten de Fransen nog steeds alleen met meer traditionele bogen.

Handboogsport:
voor elk wat wils

De Terugkeer van Robin Hood

Modernisering leidt vaak tot een herwaardering van het verleden. Dat is ook te zien bij de belangstelling voor het ‘hout op hout’ waarbij men met houten bogen en pijlen schiet en deelnemers zich vaak ook in ouderwetse tenues heffen. Het doel waarop men schiet, een schijf met cirkels waar bij de middelste cirkel de meeste punten oplevert, heet in de handboogsport een ‘blazoen’.

De Olympische Discipline

Op de Olympische Spelen wordt buiten op 70 meter op een blazoen geschoten. Alleen de recurveboog is toegestaan. Dit is een boog met uiteinden die terug naar voren buigen waardoor er meer spankracht ontstaat. Vroeger werd dit type boog al veel gebruikt, onder andere door de Mongolen. Bij de Olympische Spelen zijn vizier en stabilisator op de boog toegestaan. Voorlopige hoogtepunten voor Nederland zijn de bronzen medaille van Wietse van Alten op de Olympische Spelen van Sydney2000 en de vierde plaats van Rick van der Ven in London2012. Nederlandse compoundschutters ook internationaal succes behaald, met verscheidene Europese Kampioenschappen en wereldbekeroverwinningen, en zelfs een wereldrecord. Het schieten op een blazoen is voor alle soorten bogen de meest beoefende vorm van handboogsport.

Buiten, én Binnen

Buiten wordt door zowel recurve als compound op verschillende afstanden geschoten, variërend van 30 tot 90 meter. Iedere schutter schiet 36 pijlen in series van 3 binnen twee minuten. Deze discipline, ook wel ‘outdoor’ genoemd, is door FITA erkend. Dat geldt ook voor de tegenhanger van outdoor, dat, je gelooft het niet, ‘indoor’ genoemd wordt, en zich binnen afspeelt. Hier is de afstand tot het blazoen 18 meter, en gaat de wedstrijd over 30 of twee keer 30 pijlen..

Het Café

Het oude ‘25 meter één pijl’, bekend van het schieten achter het café, wordt ook nog steeds beoefend, met een competitie en nationale kampioenschappen. Maar het is een zuiver nationale aangelegenheid, met slechts één internationale wedstrijd, die tegen de Belgen.

Op Jacht

Wil je terug naar de natuur, weer de jager uithangen, dan kan dat ook, met veldschieten. Er zijn verschillende vormen, maar steeds volgt men een vooraf uitgezet parcours. In het ene geval zijn er papieren blazoenen op verschillende afstanden, waarbij de helft van de afstanden bekend is en de andere helft onbekend. De doelen kunnen ook afbeeldingen van een dier op een bord zijn. En ten slotte, nog realistischer, kunnen de doelen drie dimensionale figuren in de vorm van allerlei dieren zijn.
Verder heb je nog: het clout schieten, waarbij geschoten wordt op een cirkel op de grond met een paal in het midden op 165 meter, de ski-arc (een combinatie van langlaufen en handboogschieten), en run archery (hardlopen en handboogschieten).

Op de Camping

Ondanks de spanningen uit het verleden bestaan de competitieve handboogsport in wedstrijdverband en het recreatieve, meer op gezelligheid gerichte boogschieten nog steeds broederlijk naast elkaar. Recreatieboerderijen, campings, evenementenorganisaties, aanbieders van avontuurlijke uitjes: steeds vaker hebben ze het handboogschieten in hun pakket. Ook bij coaching, verschillende soorten therapieën, in trainingstrajecten en workshops gericht op geestelijke en innerlijke ontwikkeling wordt gebruikt gemaakt van het handboogschieten.

X